Zomer 1966

Zondag 29 juli 2018


Hopla
“Kom eens hier.”
Mam bukt zich naar me toe, pakt me onder de oksels, en zet me met een zwaai bovenop de keukenstoel. In een reflex pak ik met mijn kleine handjes stevig de rand van het granieten aanrecht vast.
“Leuke hè?” hoor ik haar vrolijk zeggen.
Als ik naar rechts kijk zie ik mam stralend naar me kijken. We zijn nu bijna even groot! Bij mij breekt een voorzichtige glimlach door.
“Zo, nu kan je me mooi helpen met de rabarber.”

Voor ons, op het zwart-witte aanrecht, ligt een grote berg rabarberstelen. Het blad ervan heeft mam even daarvoor buiten al afgesneden, wat ik daarna in de kruiwagen mocht leggen. Met haar armen vol met rabarber, liep mam kort erna, naar binnen.

Dat lijkt wel bloed!
Mam pakt de eerste stengel van de stapel en trekt met een mesje in haar hand allemaal rode draden van de rabarberstelen. Het lijkt wel of die hierna gaan bloeden! Ondertussen staat de kraan boven de gootsteen open en stroomt de hele bak vol met koud water. De eerste steel valt met een plons hierin.
“Vertel eens,” zegt mam, “wil je me helpen of wil je liever snoepen?”
Nou, dat hoeft ze mij niet twee keer te vragen. Zij kent me en weet het antwoord al.

Oeps, dat is zuur…
In mijn rechterknuistje krijg ik de meest rode rabarberstengel gestopt. Voor me staat de suikerpot al klaar.
“Zo snoepkont, ga je gang.” Bij deze woorden krijg ik nog een aai over mijn bol.  Terwijl ik vervolgens de stengel in de suiker doop, start mam met het wegwerken van die hele stapel.
Op het moment dat ik in de rabarber bijt, voel ik mijn neus prikkelen en springen de tranen in mijn ogen. Maar dapper kauw ik door en laat mam niks merken.
“Is het lekker?” Van opzij kijkt ze me lachend aan, wetend hoe zuur het is.
Heel stoer zeg ik: “Lekker hoor!”, en doop de steel nog maar eens flink in de suiker voor ik weer een grote hap pak. 

Samen zingen
Snoepend van de rabarber, met héél véél suiker, zie ik de berg rabarber steeds kleiner worden. Daarna snijdt ze ze allen in kleine stukjes.
Ondertussen zingt mam een liedje over paddenstoelen en van een groot bos waar het donker is.

Die goeie ouwe tijd
Tegelijkertijd vult de keuken zich met die typisch friszure geur. Een geur die vele herinneringen oproept. Rabarbertijd. Inmaaktijd. Zomer. Zomers die vroeger heel lang duurden, buiten in de tuin spelen, op het gras, samen met pap in de moestuin plantjes uitzetten, samen met mam bessen en knoezels plukken. Zomers die al heel lang voorbij zijn, zomers die in mijn gedachten steeds zoeter worden.
Ook jullie wens ik sweet dreams... 

Lieve groet,
Anneliese