Januari 1944

Zaterdag 26 januari 2019


Kijk goed uit
Het begint net licht te worden als Betsy thuis wegfietst. Het nieuwe jaar heeft tot nu toe veel regen gebracht. De zandwegen hebben hiervan veel te lijden en zitten vol gaten.
Ze probeert op weg naar haar werkadres in het dorp, via de Leghei, Zandstraat en Bossestraat, dan ook goed oplettend de kuilen vol water te ontwijken.

Hendrikus Kasper
Na een dag verplicht thuis zijn is ze blij dat er weer op uit mag. Gisteren was het naast Driekoningen namelijk ook de geboortedag van haar vader, Hendrikus Kasper van der Heijden. Al is hij alweer 10 jaar dood, moeder wil op die dag toch graag iedereen om haar heen hebben. Wie kan komt of blijft die dag thuis. Moeder steekt dan extra kaarsen aan, vergezeld van de nodige gebeden. Voor haar is het niet makkelijk om in haar eentje een gezin van 12 kinderen groot te brengen, zeker niet in deze onzekere oorlogsdagen waar het gevaar continue op de loer ligt.

Doorleren?
Betsy is naaister en op weg naar haar eerste werkadres. Eigenlijk had ze na de lagere school liever doorgeleerd voor schooljuffrouw, maar de mobilisatie en oorlog gooiden roet in het eten. Ze had de keuze: zich verhuren als dienstbode of doorleren voor naaister.
Zo behaalde ze bij de nonnen, “Mariënburg” - Zusters van het Gezelschap van J.M.J., op 3 juli 1940 haar eerste diploma: ‘Lingerie - knippen en naaien’. Twee jaar later volgde diploma ‘Costuum – knippen en naaien’.

Best leuk
Ondanks dat ze in het begin met tegenzin naar haar werk ging, krijgt ze gedurende de oorlogsjaren er steeds meer plezier in. Ze komt op vele plaatsen, niet alleen in Schaijk, het is gevarieerd werk, én overal valt van alles te beleven. Kreeg ze in het begin 1 gulden per dag, inmiddels krijgt ze met haar ervaring en 17 jaren oud 2 gulden 50 wat ze altijd netjes afdraagt aan haar moeder. Maar als ze een kwartje extra krijgt toegestopt, verdwijnt die diep in haar zakken, aangezien ze die mooi voor zichzelf houdt. 

De huishoudens waar ze komt hebben allen een flinke kinderschare en de moeders daarvan zien hun kinderen er graag netjes bijlopen. Nou, aan Betsy zal het niet liggen. Kapot gevallen broeken? Versleten boorden? Scheuren in een jurk? Betsy lapt alles weer netjes op.

Eerst vertellen
Vandaag moet ze in de Runstraat zijn.
Daar aangekomen zet ze de fiets op de achterplaats tegen de schuur. Ze ruikt de koffie al maar eerst bekijkt ze de modderschade aan haar kleren. Met haar wanten wrijft ze zo goed en zo kwaad als ze kan de meeste spatten weg. Van onder de snelbinders pakt ze van de pakkendrager haar tas met daarin o.a. haar witte werkschort.
Bij binnenkomst neemt ze plaats aan de keukentafel waar de vrouw des huizes eerst wil weten hoe het met Betsy’s moeder, broers en zussen gaat.

Na de koffie is het hoog tijd om aan de slag te gaan. Met haar schort omgebonden loopt ze naar het kamertje waar de naaimachine klaar staat. Elke keer weer is het een verrassing wat er op zo’n dag voor haar klaar ligt. Een grote stapel verstelwerk? Of lappen stof om nieuwe kleding te naaien? Intussen wordt er in de keuken in potten en pannen geroerd want op zo’n dag wordt er altijd extra lekker gekookt. Ja, naaisters worden goed in de watten gelegd.

Met Pasen moet iedereen in het nieuw
Betsy glundert bij het zien van de rollen stof die normaal gesproken verstopt op zolder liggen. De opdracht van vandaag is, naast het normale verstelwerk, nieuwe broeken voor de jongens naaien. Al is het pas in april Pasen, voordat ze voor iedereen in dit grote gezin iets nieuws genaaid heeft, moet ze er nu alvast mee beginnen. Broeken, bloesjes en jurken voor kinderen naaien doet ze het allerliefste, iets moois creëren. Ook de restjes stof krijgen van haar een bestemming, zoals bijvoorbeeld een jurkje voor de pop. 

Ruilen
Bijna iedereen in Schaijk heeft een eigen moestuin. Groenten, fruit en piepers zijn er voldoende, hier hoeft niemand honger te lijden. Echter alle ‘luxe dingen’ dreigen begin 1944 op te raken. ‘Ruil-materiaal’ is dan erg handig. Zoals de prachtige stof waarmee Betsy die dag mag werken. En de boeren hebben weer voldoende vlees, roomboter en eieren. Iedereen helpt elkaar ermee verder.

Daarnaast krijgen alle huishoudens voedselbonnen. Hoe groter de gezinnen hoe meer bonkaarten, die door het goede leven op het platteland niet altijd nodig zijn. Het verzet, die vele onderduikers helpt, kan ze juist heel goed gebruiken.

Helpen
Naast de normale nieuwtjes hoort Betsy tijdens haar werk veel wat niet voor haar oren bestemd is. Zoals over het verzet, waar onderduikers zitten, wie er in deze oorlog fout is. Het komt ook regelmatig voor dat ze op een van haar werkadressen met mensen aan tafel zit die ze totaal niet kent, die zelfs een vreemde taal spreken. Broer Jan die ook actief mensen helpt, heeft haar op het hart gedrukt dat ‘Horen, Zien en Zwijgen’ in deze oorlogsjaren héél belangrijk is. Hij weet dat ‘ons Bets’ zich daaraan houdt, dat alle geheimen bij haar veilig zijn. Daarom moet ze onderweg, als ze naar huis fiets, wel eens een kleine omweg maken om bij andere huizen een pakketje, waar haar witte schort dan omheen gewikkeld zit, binnen af te geven. De inhoud kent ze niet maar ze kan er wel naar raden.

Tevreden
Genietend van de mooie stof knipt Betsy het eerste patroon uit. Vlijtig met naald, draad en een zoevende naaimachine, ontstaat onder haar handen een fraaie pantalon. Die dag, 7 januari 1944, werkt Betsy zich met plezier gestaag door de opdrachten heen.
Wanneer even later de zoete geur van gekookte pudding haar neusgaten binnendringt, beseft ze maar weer eens dat ze een bofkont is.