Maart 1944 Deel 1

Woensdag 06 maart 2019


Op naar Gassel
Betsy knoopt haar jas goed dicht en trekt de das stevig om haar nek.
“Doe je Corry en Dina de groeten van mij? Zeg maar dat ik uitkijk naar zaterdag. Oh, en in deze tas zit voor hen beiden wat lekkers.”
Betsy’s handen, verstopt in dikke gebreide wanten, pakken de tassen op die klaar staan. “Zal ik doen mam, houdoe hè.”
Terwijl ze de deur uitloopt slaat die direct achter haar door een rukwind dicht. Ze hoort nog net haar moeder “Uitkijken Betske, houdoe!” roepen.

Moeder is intussen naar de goeikamer gelopen zodat ze Betsy vanachter het raam op hun pad naar de straat kan volgen. Halverwege kijkt Betsy om. Zwaaien lukt Betsy met haar handen vol niet dus zwiept ze even een van de tassen omhoog.

Moeder vindt het eigenlijk maar niks dat Betsy voor een hele week weggaat, maar ja, ze is al wel 17 jaar. In feite is ze best trots op haar, ze levert op alle adressen goed werk af. Kijk nou vandaag, de familie Peters in Gassel vraagt Betsy niet voor niks terug. Wat haar ook geruststelt, is dat in Gassel Betsy’s zussen Corry en Dina werken en een oogje in het zeil houden. Alleen die lange weg, zo lopend in haar eentje vindt ze sneu voor haar dochter. Daarom heeft ze geregeld dat Betsy vanaf de Scheisestraat, een stukje tot Velp, gezelschap krijgt van Betsy’s vriendin Els.

Allemaal familie
Op het kruispunt van de Stroat en Haagstraat aangekomen draait Betsy rechtsaf de Scheisestraat in. Hier is het voor haar vertrouwd omdat hier veel familie woont. Zo passeert ze eerst links het huis van Tante Mieke voorbij, het geboortehuis van vader. Dan rechts het huis waar Dorusoom en Tante Trui wonen, dit is weer het ouderlijk huis van moeder. Iets verderop links in de straat loopt ze ook het huis van Janoom voorbij. Maar niet die van Pietoom, hij is net als Janoom een broer van vader. Hier kan ze even uitrusten voordat ze haar tocht voortzet naar Gassel. Als ze het erf oploopt zwaait de deur al open. “Kom d’r in Betske, hoe is’t met oe. Kom mar efkes bij d’n kachel zitten. Wèrm oe hier mar efkes op.”

Pietoom gaat haar voor naar de keuken. Ondanks de kou heeft ze zich door het flinke tempo best warm gelopen. Ze knoopt haar das en jas even los. Pff, dat was tot nu toe best al een flinke wandeling.
“Dank je wel Pietoom. Een paar minuutjes hoor, Els zal zo wel komen.”
Als Els even later binnen is en Betsy weer een beetje op adem, vertrekken ze samen richting Velp. Over en weer klinken de ‘Houdoe’s’. 

Gezellig
Els, een vriendin van Betsy, moet bij het Jezuïetenklooster Mariëndaal zijn en dat ligt aan de Boschebaan. Ze hebben zoals altijd genoeg gespreksstof en al kletsend zijn ze vrij vlot, lopend langs de Boschebaan op, in Velp. 

Duitse soldaten
Daar aangekomen nemen Els en Betsy van elkaar afscheid. Betsy rest nu enkel nog een wandeling door Escharen. Vanaf dat ze de Boschebaan opliep viel het haar op dat hier best veel auto’s rijden. Voornamelijk Duitse vrachtwagens, dat wel, sommige mét en sommige zonder soldaten. Aangekomen bij Generaal De Bonskazerne, door de Duitsers in beslag genomen, ziet ze volop bedrijvigheid. Betsy heeft niks te verbergen maar toch vindt ze het best eng om hier zo alleen te lopen. Ze maant zichzelf tot kalmte, concentreert zich op de weg en besluit nog een stukje door te lopen en pas de volgende weg rechtsaf te gaan. 

Zus Corry
Intussen moet ze denken aan wat haar te wachten staat bij de familie Peters. Daar is het goed, lekker eten en een kachel die, gevuld met goeie kolen, niet stinkt. Ze mag die dagen bij haar zus Corry op het kamertje boven slapen. Corry is altijd wel in voor een geintje dus dat wordt dolle pret! Ze kijkt echt uit naar haar uitje, want dat is het. Even weg van thuis, even weg van de zorgen die moeder continue om hun, haar kinderen, heeft. Want, al merk je er thuis weinig van, het is wel degelijk oorlog. Vandaag is dat weer eens heel duidelijk te zien, de Duitsers zijn nog steeds de baas! 

Wijk aan Zee
Ze hoopt dat er voldoende naaiwerk voor haar klaar ligt, zodat ze de hele werk daar kan blijven en zaterdag gelijktijdig met haar zussen terug naar Schaijk kan.

Voordat Dina en Corry in Gassel verhuurd werden, waren ze beiden werkzaam in Sanatorium Heliomare in Wijk aan Zee, ver weg in Noord-Holland. Dat was geregeld via de nonnen in Schaijk. Dina in de keuken, Corry in de zorg. Daar verbleven ze wel zes maanden voordat ze weer eens naar huis mochten.  Gelukkig voor Dina en Corry hadden ze net voordat de oorlog uitbrak verlof en waren ze veilig bij moeders thuis. Moeder dankt daar onze lieve Heer nog elke dag voor.

Via, via, via...
Toen moeder hoorde dat Dina Spanjers, een hele goede kennis en net getrouwd met boer Bardoel en verhuisd naar Gassel, hulp in de huishouding zocht, wist ze te regelen dat haar dochter Dina bij het boerengezin aan het werk kon.
Toen Dina daar net werkte hoorde zij dat de familie Peters in Gassel een dienstmeid zochten en zorgde zij ervoor dat haar zus Corry daar kon komen werken. Zo waren de zussen, op een paar huizen afstand na dan, weer bij elkaar.
Bij de familie Peters is het wel iets chiquer, meneer is namelijk hoofdschoolmeester in Gassel.
Nu wil het toeval dat de zus van mevrouw Peters óók getrouwd is met een hoofdschoolmeester, en wel met meester van Erp die in Reek wonen.
Dankzij zus Corrie is Betsy nu de naaister in huize Peters waar ze deze week voor de tweede keer naar toe mag.
En door de aanbevelingen van mevrouw Peters komt Betsy nu ook regelmatig bij de Familie van Erp in Reek.
Zo gaat dat, onder elkaar wordt alles geregeld. Als je goed werk aflevert gaan er meer deuren open en helpt men elkaar waar men kan.

Durfal
Ter hoogte van het kerkhof rijdt een fietser Betsy, die met haar gedachten al in Gassel zit, voorbij. Ze verschiet ervan. Een kuil vol water kan ze nog net ontwijken. De fietser, een jonge knul, stopt en draait zich om naar Betsy.
“Hoi, sorry, ik liet je schrikken hè?”
Betsy kijkt op en de blos, van de kou, op haar wangen verdiept zich een paar tinten dieper.
“Moet je nog ver?” vraagt ie.
“Euh, nog een paar kilometer,” stottert Betsy. “Ik moet naar Gassel.”
“Ik ook. Als je wilt mag je wel bij mij achterop op de fiets hoor.”
Betsy kent de jongen totaal niet maar in een impuls zegt ze ja en neemt plaats op de pakkendrager. Ze is niet bang uitgevallen.
“Zit je goed? De weg zit vol gaten, dus hou je maar gerust aan me vast.”
Betsy mompelt iets heel onduidelijks. Voorzichtig pakt ze zijn jas met één hand beet, met de andere hand krampachtig de tassen.  

Toch een ietsiepietsie bang
Hoe dichter ze bij het dorp komen hoe meer ze beseft dat ze bij iemand op de fiets zit die ze totaal niet kent. Terwijl moeder haar nog zo gewaarschuwd heeft. In gedachten hoort ze haar moeder al zeggen: “Wat heeft ze zich nou weer op d’r nek gehaald? Dat is echt ons Bets hè, d’n waaghals.”

Voor het huis van meester Peters stapt ze opgelucht van de fiets. Voordat ze dank je wel kan zeggen, fietst de jongen al weg. Het enige wat ze eigenlijk van hem heeft gezien én kan herinneren is zijn rug en een rood koppie haar… 

Welkom
Bij de achterdeur wordt ze opgewacht door haar zus. Direct stopt Betsy haar één van de tassen toe. “Hoi Corry, hier, deze tas is voor jou, het is van ons mam. Ge moet het wel delen met ons Dina zei ze d’r bij.”

“Dat komt goed, die zien we mérgen. Komt’r in.”

De dagen vliegen voorbij. Dit keer minder verstelwerk en meer nieuwe kleren naaien. Dat doet Betsy eigenlijk ook het liefste, met mooie stoffen werken, iets fraais creëren. En gezellig met al die pasmomenten tussendoor. Er wordt veel afgelachen. Ook bij zus Dina gaat ze op bezoek.

Kokkerellen
Als de week ten einde is mogen ze gezamenlijk, alle drie, die zaterdag naar huis. Betsy hoeft nu gelukkig niet te lopen. Corry en Dina krijgen namelijk ieder een fiets mee. Zo kan Betsy mooi bij hen achterop, terug naar huis, terug naar de Lage Baan.
Dina vertelt onderweg wat ze de volgende dag, zondag, wil gaan koken. Ze heeft namelijk weer nieuwe gerechten ontdekt. Ja, als Dina thuis is wordt er extra lekker gekookt! Zij heeft die kookkunsten trouwens niet van een vreemde, moeder en oma zijn ook hele goede koks! Dat komt nog voort uit de periode dat moeder in Dordrecht met haar ouders en broers in een hotel woonde. Oma kookte daar en moeder mocht als kind meehelpen.
Betsy verheugt zich al stilletjes op de zondagse maaltijd.

De 3 zingende zusjes
Dina en Corry trappen ondertussen goed door. Als er een stilte valt vraagt Betsy: “Zullen we zingen?”
Nou, dat is niet tegen dovenmansoren gezegd. Dina en Corry zingen namelijk heel mooi. In Heliomare, in dat sanatorium in Wijk aan Zee, zaten ze beiden in een koor waarmee ze elke zondag in de kerk zongen. Heel veel van die liedjes kent Betsy intussen ook.

Ja, het is een gezellige bedoening, die drie zussen, samen zingend, slingerend over de karrepaden, kuilen ontwijkend. De terugrit naar huis verloopt vlotjes en thuis wacht hen een gelukkige moeder die dat weekend als een kloek haar kinderen om zich heen verzamelt. 

Het Lied van Heliomare, Wijk aan Zee 

A         is de Aankomst, meestal met verdriet

B         zijn de Bloemen, die iedereen graag ziet

C         is de Chocola, ieder houdt ervan

D         is de Dokter, een aardige man

E          is het Eten, lekker klaargemaakt

F          is het Fruit, dat iedereen goed smaakt

G         zijn de Gaasjes, nodig voor de wonden

H         is de Hoofdzuster, daar wordt je door verbonden

I           is de Inspectie door de directeur

J          is de Joghurt met zijn fijne geur

K         is de Kapelle, ieder gaat er graag heen

L          is het Lopen, niet voor iedereen

M        zijn de Medicijnen die we moeten slikken

N         is de Narcose, die doet je bijna stikken

O         is de Operatie, ieder komt erdoor

P         is de Pap, daar passen wij wel voor

Q         is de Qwitantie, die moest op tijd betaald

R         is de Rector, bij ernstig geval gehaald

S          zijn de Stoelen, nodig om op te zitten

T          is het Terras, waar de patiënten van genieten

U         zijn de Uren, die worden vaak geteld

V         is het Vertrek, door de dokter vastgesteld

W        is het Water, dat iedereen begeert

X         zijn de X-stralen, waar de dokter veel van leert

IJ         is de IJsblaas, verzachting van de pijn

Z          zijn de Zusters, waar wij allen dol op zijn