Vuurtje Stoken?

Zondag 05 november 2017

 

Wintertijd
Vrijdagmiddag overviel het me weer, ik had net het restaurant dicht en dacht nog even buiten het een en ander te doen, zoals vijgen plukken. Was het voordat ik het in de gaten had donker! Poem bats, hoppa. Klaar, kon ik weer naar binnen. We hebben de zomertijd ingeruild voor de wintertijd. En nu is het sinds een week zo vroeg donker, ik moet er nog erg aan wennen, jullie ook?

Hierdoor lijken de dagen ineens een stuk korter, de avonden juist weer veel langer. Het gevoel van ‘ik moet het binnen gezellig maken’ steekt de kop op. ‘Gezellig’ betekent voor mezelf o.a de houtkachel aanmaken, in de woonkamer boven die speciale warmte tevoorschijn toveren.

Jøtul
Maar daarvoor moet ik wel eerst de kratten met hout de trap op sjouwen. De grote stoere Noorse kachel, een Jøtul om precies te zijn, lust namelijk wel wat. Versierd met afbeeldingen van elanden met grote geweien is de gietijzeren kachel, het seizoen maakt niet uit, een echt pronkstuk.

Ik heb plezier gekregen in het aanmaken van de kachel. Dat kunstje moest ik wel eerst onder de knie krijgen. Voorheen deed Theo deed dit namelijk altijd. Vragen hoe het moet kan ik hem niet meer, maar om er achter te komen hoe hij dat ook alweer deed heb ik een foefje. Ik sluit mijn ogen en laat dan in mijn hoofd het filmpje ‘Kachel aanmaken door Theo’ afdraaien. Dan zie ik hem bij de kachel bezig met verschillende soorten hout. Alles in een bepaalde volgorde. Met natuurlijk ook het aanmaakblokje erbij om de fik erin te steken. Echt Theo’s dingetje, pyromaantje spelen, schitterend vond ie het.

Rondstruinen
Om een goed vuur te krijgen heb ik aanmaakhout nodig. Daarvoor struin ik in het bosje, achter bij de moestuin, rond op zoek naar kleine takjes. Die liggen daar voor het oprapen. Dat is deel één. Dan komen de grotere stukken hout in beeld. Dat hout ligt onder het afdak al een hele tijd te drogen. In de loop der jaren hebben familie en vrienden hier op het terrein al heel wat bomen kort gezaagd. En nu zijn het hapklare brokken voor de kachel. Klein of groot, tot 60 cm., in die Jøtel past het nog al snel.

Het knisperen…
Het is dus wintertijd, einde middag, de ceremonie ‘kachel aanmaken’ kan beginnen. Op de bodem van de kachel leg ik eerst, in het midden, de kleine takjes met daarop het aanmaakblokje. De vlammetjes krijgen vrij spel en hoor je het zachte knisperen, tijd om nog wat kleine takjes erbij te leggen. Het knetteren van die twijgen is net muziek.
Als dit goed brand is het tijd voor de iets dikkere takken, niet te veel. Rustig aan! Dan mogen de kleine stukken hout op het vuur, beetje verdelen, stapelen, lucht geven. Het vuur in de kachel moet gewoon even tijd krijgen. Dus ik loop er even van weg terwijl de deur nog open staan, dat kan geen kwaad. Blijf ik erbij zitten ga ik nogal gauw aan het poken in het vuur en hout aanvullen. En dát moet ik nu juist niet doen. Geduld is een schone zaak.
Even later mogen dan uiteindelijk de grote houtblokken erop, twee is voldoende, later weer meer…

Genieten
De warmte die even later zich verspreidt in de woonkamer is onbetaalbaar, totaal anders dan die van de CV. Ik weet het wel, je geeft die thermostaat een zwieper en binnen no time is het huis warm. Maar zo’n kachel aanmaken, alle moeite die je er voor doet, het geeft zo’n voldaan gevoel. Daar kan ik dus echt van genieten.

Naast deze houtkachel in de woonkamer heb ik er nog twee buiten staan. Eentje bij mij op de stoep achter het huis en eentje bij het vakantiehuis voor de logées. Soms help ik de gasten bij het aanmaken van hun kacheltje als dat even niet wil lukken. Dan voel ik me, als ie goed fikt, bij het weglopen best wel stoer. Helemaal als er mannen bij zitten. Lekker poeh.

Pa en zoon
Ieder jaar komen de schoorsteenvegers, vader en zoon, de kachel en schoorsteen schoon vegen. Altijd weer een gezellige bedoening met die twee gasten. Na het nodige gekift en gefoeter op elkaar ben ik aan de beurt. Het stookgedrag!
Dit jaar krijg ik een vet compliment, althans dat dacht ik. “Gè hèd goed gestookt meiske”, zegt de zoon tegen mij. Ik begin al te glimmen van trots, yes, zie je wel, ik kan het! Tot hij begint uit te leggen dat het woordje ‘goed’ betekent dat ik vééééél gestookt heb en dat ik nog wel een lesje stoken kan gebruiken. Daar ga ik met mijn goed fatsoen. Maar de kachel en schoorsteen kunnen er weer een jaar tegen. Of ik nou veel of weinig stook.

En bij jullie, gaat daar ook de kachel aan? Of maken jullie het op een andere manier ‘gezellig’ in huis?