April 1944 Deel 2

Woensdag 24 april 2019


Naar buiten
Het weer laat zich van zijn goede kant zien. Moeder wil daarom dat het vee naar buiten gaat. Het goede moment om dit af te spreken is op een zondag tijdens de middagmaaltijd, dan is bijna iedereen thuis.

“Het gras groeit weer, het weiland ziet al mooi groen, vinden jullie ook niet?”
Moeder kijkt de tafel rond, afwachtend wie het stokje overneemt.
Marie is de eerste. “En ik wil aan de voorjaarsschoonmaak beginnen, het liefst eerst achter, op de stal. Maar dan moeten wel de koeien naar buiten.”
“Dat kan”, zegt Jan. “D’n omheining is gecontroleerd, van mij mogen ze.”
Moeder zet meteen door. “Dus deze week Jan?”

Na afloop van het eten zijn alle plannen doorgenomen. Want ondanks de oorlog, de jaargetijden gaan gewoon door. Aan het stalgedeelte achter het huis, waarin de varkens huizen, hoeven ze niks te doen. Maar de stal, net achter de deel, waar de koeien staan, moet leeg. Zodra de koeien in het weiland staan zullen de jongens de stal uitmesten.
Marie is er blij mee. “Dus als gullie da dan klaor hebben, kan ik gaon schrobben en helpen jullie me met het putten van het water? Dan vraog ik wel de klein om die emmers naar mij toe te sjouwen.”
“Hedde genoeg kalk, of moet ik nog haolen?” Martien kijkt Marie vragend aan.
“We zullen zo gaon kijken.” Marie is blij dat dit alvast geregeld is. Vers stro is er volop.

De schone stal inwijden
Nog geen week later is de stal uitgemest, geboend én gewit. De onderrand heeft van Marie zelfs een mooie strakke grijze rand gekregen. Het vullen met stro is het laatste klusje. Als ook dat klaar is gaan ze op zoek naar Betsy.
“Waar is ons Bets, waar heeft ze zich verstopt?”
Giechelend komt Betsy tevoorschijn. “Niet doen hè?!” Maar stiekem vindt ze het wel leuk.
“Eén, twee…” Bij drie gooien de broers hun zus, zoals elk jaar, in het zachte stro, om zo de stal in te wijden. Ach, traditie is nu eenmaal traditie.

Moeder bekijkt alles met een glimlach. Als ze maar schik hebben denkt ze bij d’r eigen. Dat de koeien weer buiten lopen is een magisch gezicht. Het houdt echter ook in dat ze weer bezoek van de Duitsers kan verwachten. Zodra die iets zien veranderen komen ze controleren. Ze heeft die soldaten liever niet op de misse. Vooral niet op zolder waar onder het stro een nieuwe fiets verstopt ligt. Met daarnaast hun trouwe grammofoon. Sinds de oorlog is uitgebroken is het verboden om naar de radio te luisteren en muziek te maken. Voorheen draaiden ze zondags altijd fijne muziek op de grammofoon. Dat missen ze op de zondagen het meest, de muziek, het meezingen en het dansen.

Hun handel
Het vee bestaat uit vier varkens, vier koeien en heel veel kippen. En na bezoek van een beer, stier en haan wordt die familie uitgebreid met biggen, kalfjes en kuikens. Deze beestenboel levert de familie melk, eieren, boter en vele soorten vlees. Uiteraard voor eigen gebruik, maar hoofdzakelijk voor de handel. Nu, tijdens de oorlog, grotendeels als ruilhandel voor o.a. olie, landbouwonderdelen, suiker, koffie en mooie stoffen.

Dan is er nog het paard dat hen op het land helpt. En oh ja, Roosje, de waakhond. ’s Avonds, als de jongens te laat thuis komen van het buurten of vrijen bij hun meisje, sluipen ze heel voorzichtig naar de achterdeur. Doch ze kunnen nog zo zachtjes doen, Roosje hoort hen altijd en slaat dan oorverdovend aan. Betsy, die samen met haar zusjes Annie en Dora beneden slaapt, hoort ze dan steevast zeggen: “Sssstt Roosje, ik ben het, goed volk, je bent lief, sssstt Roosje, sssstt rothond.”

Albert
De postbode is net langs geweest. Betsy loopt met de brief, waarvan ze het handschrift direct herkent, naar haar moeder.
“Mam, er is net een brief van ons Albert aangekomen. Hier.”
De brief is van haar oudste broer Albert die ze best mist. Hij werkt in Duitsland, in Mönchengladbach. Daar hij maar weinig naar huis mag stuurt hij regelmatig een brief aan zijn moeder. Meestal eindigt hij zijn epistels met een gedicht.
Betsy blijft bij moeder staan totdat deze hem openmaakt.
“En, wat schrijft ie mam”, vraagt Betsy ongeduldig.
“Even rustig, ik zal hem zo voorlezen, eerst kijken.”

Nadat moeder de brief heeft gelezen houdt ze de envelop op zijn kop en schudt er even mee. Elke keer hoopt ze dat Albert geld meestuurt, iedereen draagt immers zijn geld af tot aan hun trouwen.
“Onze Albert kan het allemaal weer mooi beschrijven. Maar loon, hola.”
Ze ziet Betsy vragend naar haar opkijken. “Ja, hij heeft ook weer een gedichtje aan toegevoegd.” Aan haar gezicht is te zien hoe ze geniet van Alberts brieven.

“Luister, zijn gedichtje:
‘Deze brief laat ik dwalen, over bergen en dalen, over water en land, dat hij mag landen in moeders hand’. Mooi hè.”

Trots
De brief met buitenlandse postzegel zet moeder hierna op de kast, goed in het zicht, zodat het bezoek kan zien dat Albert weer heeft geschreven.

Op bijgevoegde foto: links Albert en rechts Martien. Beiden broers van Betsy. Martien is bij zijn broer Albert op bezoek in Mönchengladbach.