De rust keert langzaam terug

Maandag 18 juni 2018


Hersenspinsels 
Het is hoog tijd voor een nieuwe blog. Alleen, waar begin ik? Nu hoor ik jullie al zeggen: “Bij het begin”. Tuurlijk, maar er is de laatste weken zoveel gebeurd, en ik wil niet van hot naar her schieten.

De hele bliksem was door de bliksem naar de bliksem…
Langzaamaan krabbelen we in Siebengewald weer op, komen we uit onze cocon tevoorschijn. In mijn omgeving, hier in het buitengebied, laat de een na de ander weten dat ie weer internet heeft, dat ie via de vaste telefoon weer bereikbaar is. Nog niet iedereen maar het begin is er. Het noodweer van 29 mei jl. heeft naast de grote schades ín het centrum van het dorp, ook er omheen flink ingehakt. Daar heb ik in mijn vorige blog al over geschreven. Over het onnoemelijk zware onweer, de onvoorstelbare heftige klappen, de enorme elektrische ontladingen.

Siebengewald???
Gelukkig kunnen we op Facebook daar allen ons ei op kwijt. Het viel me wel op dat het bij de andere media zo stil bleef. Zo stond de volgende dag, woensdag 30 mei, in Dagblad de Limburger dat de Niersstraat blank stond. Aan Siebengewald werd geen woord gespendeerd. Om een totaal andere reden besteedde Dagblad de Gelderlander een paar dagen later wél aandacht aan Siebengewald. Maar jongens, waarom kijken jullie niet eerst even in de Bosatlas? Hun omschrijving: ‘Het dorp Siebengewald ligt net over de grens in Duitsland, ter hoogte van Boxmeer.’

Lees ik dat goed? Duitsland? “Jawohl, das war vor zwei hundert Jarhren!”

Momfer de Mol (Fabeltjeskrant) is héél druk
Intussen doen KPN, Ziggo en Telecom hun stinkende best om alles weer aan de praat te krijgen. Overal zie je grote molshopen verschijnen waar je hen ziet induiken om nieuwe lassen in de koperaansluitingen c.q. grondkabels te maken. En nu, na 15 dagen heb ook ik eindelijk weer telefoon en internet. Hoera!

Verslaafd
Wat me het meest blij maakt is dat de tv het weer doet. Overdag luister ik tijdens het werk beneden altijd naar de radio, NPO5. Maar zo tegen de avond, als ik mijn avondeten klaar maak, begint het te kriebelen. Dan gaat de radio uit en ga ik naar boven, naar de woonkamer. Voorheen was dat het moment dat ik mijn eerste sigaret van de dag opstak. Maar nu, al bijna 9 maanden rookvrij, is die verslaving over. Ik blijk nog een andere te hebben, die van ‘kassiekijken’. Geen tv kijken maakte me onrustig, ik kreeg zelfs een soort van afkickverschijnselen.  

Fijn dat er dvd’s zijn!
Terwijl ik iets wat negatief is altijd wil omzetten naar iets positiefs, lukte het me dit keer niet. Ik heb een paar hele mooie boeken liggen, gekregen met het 20-jarig bestaan, maar ik had geen rust in mijn kont om daar eens goed voor te gaan zitten. Ik had ook op mijn computer op Word verder kunnen schrijven aan mijn nieuwe boek, maar ook dát lukte niet. Ondertussen viel ik mijn familie lastig met appjes over de laatste toestand, wat in feite elke keer inhield dat ik nog steeds niets had. Totdat mijn zwager vroeg of ik een dvd-speler had.

Yes! Ik aan de Harry Potterfilms. Niet mijn favoriet, maar er was ineens weer leven in de brouwerij, er was reuring om me heen, het alleen-zijn voelde ineens weer goed.

Té stil
En daarmee raak ik meteen een gevoelige plek: het alleen zijn, de eenzaamheid. Mijn moeder roept altijd: “Als de tv het maar blijft doen, die kan ik niet missen.” En dat vind ik logisch, dat hoort bij oude mensen.
Maar hoor ik met mijn (bijna) 60 jaar óók bij de oude mensen?
Gelukkig hoef ik me over dat vraagstuk niet meer druk te maken, de tv doet het weer. Met mijn pootjes omhoog, grote pot thee voor mijn neus, afstandsbediening onder handbereik, dan kan de avond niet meer stuk.

Acclimatiseren
Zo ook gisteravond. Echter voordat ik me voor de tv installeerde, moest even mijn koppie leeg, de vele indrukken van de afgelopen dagen eerst een plaatsje geven. Ik was namelijk de laatste dagen te vinden in Boxmeer, in het nieuwe Afscheidshuis van Goemans Uitvaartzorg. Afgelopen donderdag was de officiële opening met vervolgens twee Open Dagen op zaterdag en zondag. Iedereen was welkom om binnen te lopen, om rond te kijken, een praatje te maken met een van de uitvaarverzorgers. Héél laagdrempelig. Tijdens die dagen mocht ik daar met mijn boek ‘Was er maar een recept voor rouwen’ een klein onderdeeltje van zijn. Samen proberen het taboe 'dood' bespreekbaar te maken. 

Titel
Al bladerend door het boek kwamen vele gesprekken los. Die vlogen alle kanten op, van heel indringend tot heel luchtig, van heel empathisch tot heel afstandelijk. Zo zag ik dat rouw voor ieder mens anders. Na deze dagen ben ik nog steeds blij met de titel van mijn boek, ik had geen betere kunnen bedenken…

Lieve groet,
Anneliese