April 1944 Deel 1

Maandag 08 april 2019


Moeder is ziek
Het is zondag 2 april. Met hese stem roept moeder vanuit haar bedstee, verstopt in de Goeikamer, aanwijzingen.
“Marie, neem jij de tas met takjes mee? En Martien, jij die met de flessen.”
Broer en zus kijken elkaar aan en slaken een diepe zucht.
“Jaaaa mam,” roept Martien, “en ik zal oppassen en alles heel houden.”
Marie loopt toch nog even naar moeder om haar gerust te stellen.
“Doe maar rustig aan moeder, het komt goed. Ik heb alles voor het middageten al klaar gezet. Probeer nog maar even te slapen.”
Als zij met de rest van het gezin naar buiten lopen, klinkt er uit de vele monden ‘Houdoe’, ‘Houdoe moeder’!

Palmzondag
Het heeft die nacht gevroren. De zon die doorbreekt zorgt voor een magisch witte gloed over de weilanden maar het is nog wel fris. Betsy en haar broers en zussen hebben daar echter weinig oog voor. Die lopen al pratend, lachend en soms even zingend stevig door richting dorp waar om 10 uur in de kerk de Latijns gezongen Heilige Mis begint. Vandaag is het ook nog eens Palmzondag. De enige dag van het jaar dat pastoor Lammers water en palmtakjes wijdt. Vandaar die twee tassen waar moeder zo op hamerde. In één de flessen gevuld met water uit eigen put en in de ander de palmtakjes, ofwel buxus, van de struiken uit hun voortuin.

Haar hele hebben en houwen beschermen
Moeder kan niet zonder deze twee ingrediënten.
De twee wijwaterbakjes, één in de keuken en één in de Goeikamer, vult ze elke week bij zodat ze Onze Lieve Heer, te pas en te onpas, om hulp kan vragen. Voor een alleenstaande moeder met zo’n groot gezin ín oorlogstijd geen overbodige luxe… Ze doopt dan eerst haar vingertoppen in het wijwater, slaat vervolgens een kruis en bidt hierna de nodige Onzevaders en Weesgegroetjes. Ditzelfde ritueel herhaalt zich ook elke avond voor het slapen gaan, maar dan door de jongsten van het gezin, om te danken voor de voorbije dag.

Met dat wijwater beschermt ze naast haar gezin ook de boerderij. Want met een dak van stro, wonend in het buitengebied, moet je immer alert zijn. Vooral bij onweer. 

Noodweer
Mocht er ’s avonds of ’s nachts onweer uitbreken klinkt moeders stem luid: “Het onweer komt over.” Het sein om allen het uit bed te komen en samen het ‘rozenhoedje’ te bidden.
Volgen donder en bliksem elkaar steeds sneller op maakt ze, gewapend met wijwater en palmtak, een ronde om de boerderij om deze te zegenen tegen blikseminslag. Onderwijl gebeden prevelend, in de volle overtuiging dat het onweer hen zo geen kwaad meer kan doen.
Wanneer moeder even daarna, vaak zeiknat van de regen, weer binnenkomt is iedereen opgelucht. Het lijkt dan wel alsof ze een wonder heeft verricht. Het enige wat iedereen dan nog rest is het slaan van een kruisteken met moeders wijwater. Als het onweer afzwakt mag iedereen weer gaan slapen. Het gevaar is immers geweken, denken ze.

Mentale steun
In deze tijd van oorlog, van onrust, waarbij je immer moet oppassen, je niet teveel kan en mag zeggen, waar gevaar altijd op de loer ligt, is voorzichtigheid geboden. Wijwater, palmtakje en rozenkrans zijn daarbij een dankbaar hulpmiddel!

Begin van de Paasweek
Maar Palmpasen is meer dan het wijden van. Het luidt namelijk het begin in van de Paasweek, ook wel de Goede Week genoemd. Voorafgegaan door de vastentijd, welk gestart is op Aswoensdag. Tijdens de vastentijd verdwijnen steevast alle snoepjes in een vastentrommeltje dat op Palmzondag eindelijk open mag. Het feestgevoel wat daarbij staat door de oorlog helaas voor de jongsten van het gezin op een laag pitje. April 1944 zijn de vastentrommeltjes zijn zo goed als leeg, valt er weinig te vieren. Enkel de opgespaarde snoepjes van bakker Wim Spanjers, de inhoud is snel verdeeld…

Zondagse Maaltijd
Terug uit de kerk wacht moeder haar kinderen op. Al hoestend en proestend wacht moeder haar kinderen op uit de kerk. Samen met hen wil ze genieten van het zondagmiddageten.
Een goed uur later schuift iedereen om de keukentafel. Marie zet intussen een grote pan met een goed gevulde kippensoep op tafel en maakt aanstalten om voor iedereen de borden vol te scheppen.
“Zo, al hedde gullie al veel gebeden in de kerk, nou nog effe hier thuis voor deze maaltijd.” Moeder slaat een kruis. “In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, amen.”
Omdat ze hierna buiten adem is neemt Betsy het gebed van moeder over waarna uit alle monden het Onze Vader en het Wees Gegroet klinkt.

Eten wat de pot schaft
Na de soep, de lege borden blijven staan, giet Marie de piepers af. Betsy en Annie helpen haar met de groenten.
Moeder kijkt vragend de tafel rond. “En hebben jullie nog familie gezien? Wie waren er allemaal?”
“Ik heb Pietoom en Janoom gezien, en Tante Kee en Dorusoom” vertelt Betsy, terwijl ze een pan op tafel zet. “Gij krijgt van hen de groeten, ze komen gauw eens langs zeiden ze.”

Moeder, die ondertussen alles in de gaten houdt, kan het niet laten zich overal mee te bemoeien: “Martien, jij zit het dichtst bij het fornuis, pak jij de gietijzeren pan op? Met pannenlappen hè, uitkijken, de pan is gloeiend heet!”
De geur van stoofvlees, van eigen vee, met veel uien vult de keuken als Martien de deksel ernaast legt.
Als alles op tafel staat en iedereen weer zit, vertelt Jan verder: “De kerk zat trouwens erg vol. Van hier uit de buurt waren ze er ook bijna allemaal. Maar ik zag er ook een paar die ik helemaal niet ken. Als, ik zeg áls,” benadrukt Jan, “áls dat onderduiklogées waren, nou dan zijn het wel échte waaghalzen.”
Moeder krijgt tijdens het eten op deze manier de laatste nieuwtjes uit het dorp, van wat de kinderen op het kerkplein hebben gehoord, door.
Zo vertelde Betsy nog dat ze door diverse mensen was aangesproken over de nieuwe kleding die ze voor hen maakt.
“Alhoewel ik bijna al mijn naaiwerk af heb, krijg ik het de komende week nog hartstikke druk. Iedereen wil er zondag in hun nieuwe kleding er natuurlijk op hun Paasbest uitzien.”
“Zo is het Betsy. Laat je wel weten wanneer er mensen hier van de week langskomen voor het doorpassen van hun kleding? De Goeikamer moet dan wel opgeruimd zijn.”

Tot slot
Het enige wat nog rest is het toetje.
Vandaag zijn dat de beschuitbollen, van bakker Wim Spanjers.
Door midden gesneden, overgoten met warme custard, afgemaakt met bramenjam. Betsy’s favoriete nagerecht.

De maaltijd van Palmzondag was opperbest. Volgende week echter, met Pasen,  is het pas echt een feestmaaltijd. Dan zijn Dina en Corry weer thuis vanuit Gassel én helpen zij mee in de keuken. Dat belooft nog heel wat!

Het is oorlog, maar wonend op het platteland met godzijdank een moestuin, boomgaard én vee op stal en in de weide, is er aan eten geen gebrek.