Hoe kleurrijk zijn jouw dagen?

Zondag 04 februari 2018


Een volle week
Het was weer een week vol met verrassingen: ontmoetingen, inzichten, ‘nieuwe’ familie, openbaringen, herinneringen… De week waarin onze 80-jarige oud-koningin Prinses Beatrix en de Watersnoodramp van 65 jaar geleden in de hoofdrol zouden staan. Dat deden ze ook, landelijk. Voor mij persoonlijk gaven juist de randgebeurtenissen meer kleur.

Kleurtjes?
Mijn week begint zoals altijd met fysiofitness, elke maandagochtend werk ik onder begeleiding van de fysiotherapeut een lijst met oefeningen af om mijn krachten op peil te houden (i.v.m. de fybromyalgie). Dat programma heet heel chique ‘Upgraded Activity’. Dat doe ik al heel wat jaren, samen met een club mede-‘sporters’. Door hen ga ik er elke keer met plezier heen. Afgelopen maandag hoorde ik de fysiotherapeut aan iemand vragen in welk kleurtje zij haar nieuwe programma uitgeprint wilde hebben. Ik schoot daarbij in de lach, zoiets vraag je aan een kleuter dacht ik, niet aan een volwassen vrouw van 60 jaar. “Graag paars.” “Dat kan niet, dat heb je al gehad.”  “Roze.” “Ook al gehad.” “Wat kan dan wel?” “Oranje.” “Oké, dan graag oranje.” Tjee, wat is er mis met gewoon zwart-wit? Baldadig vroeg ik of we na elke goed uitgevoerde oefening nu ook een plakplaatje kregen. De fysiotherapeut was echter heel serieus, de kleuren hebben wel degelijk een betekenis. Waarschijnlijk was ik zelf de grootste kleuter op dat moment, maar wel een met veel schik! Toen ik even later naar huis reed vroeg ik me wel af wat kleur eigenlijk met me doet. En zo ja, wat kleurt mijn dag? Of die van anderen? En let ik wel op kleur? Het begon in mijn bovenpan te malen…  

Ik wil graag een paar van die ‘kleur’-momenten met jullie delen.

Ha mooie zon!
Dinsdag zat ik al vroeg achter de computer, het was nog donker. Terwijl het buiten langzaamaan licht werd hoorde ik de kippen alsmaar harder tokkelen, vragen om eten. Ik maakte me daarom los van mijn verhaal en liep naar beneden. Nadat ik al mijn plichten had vervuld nam ik weer achter de computer plaats. Op dat moment kwam de zon door, niet zomaar, nee, ze scheen fel op mij. Kijk, zo’n moment kleurt mijn dag! Ik zag niks meer op mijn scherm en had op dat moment het gordijn kunnen dicht trekken. Maar nee, ik gaf de zon alle eer en genoot van dat prachtige en krachtige knalgele licht. 

Wij zijn familie!
Woensdag kreeg ik 's morgens om half 11 een gezelschap dames uit Mook van de NVVH, de Nederlandse Vereniging Van Huisvrouwen, in het restaurant. De organisatoren hadden een program gemaakt waarin ze mij een podium gaven om een verhaal te vertellen. Ik mocht zelf bepalen waarover en hoe lang. Met die vrijheid kon ik wel wat. Nadat bij iedereen een tweede kopje koffie was ingeschonken stak ik van wal. Ik vertelde over Theo en mij, onze eerste twee restaurants in Wijchen, de overstap naar Siebengewald, het waarom, het opzetten van table d’hôte & chambre d’hôte, de varkens, de moestuin en kas, Theo, zijn overlijden, het doorgaan, de brieven aan Theo, winkeltje Het Weckparadijs, het Vakantiehuis, etc. etc.

Uiteraard vertelde ik ook over mijn boek ‘Was er maar een recept voor rouwen’. Waarna ik vol passie over mijn tweede boek begon, het boek waar ik nu ijverig voor aan het schrijven ben. Mijn zoektocht naar het leven van Joost en Marjanneke, mijn overgrootouders, in Dordrecht. Waar ze samen met hun kinderen Kee, Tinus, Dorus en Betje (mijn oma), woonden van 1884 tot 1898.  Dat ik dit alles verstop in een historische roman met de werktitel ‘Marjanneke de Kleijn, een stoer wijf!’ Ik had goede toehoorders, en na diverse vragen beantwoord te hebben sloten we dat onderdeel af. Tijd voor de lunch. Terwijl ik in de keuken in de pan met soep stond te roeren kwam een van de dames naar me toe. “Hoi, ik ben Corry. Sorry dat ik je stoor, maar volgens mij zijn wij familie”, zei ze. “Je noemde net de naam de Kleijn, zo heet mijn overgrootmoeder ook.” Yes, familie! Zij is een kleinkind van de zus van mijn oma, Tante Kee. Hoe toevallig is dat? Daar stond ik dus, oog in oog met een verre nicht. Raar, maar ik voelde meteen een band met haar. Jullie begrijpen, deze ontmoeting kleurde mijn dag compleet, ondanks de vele langdurige plensbuien. Voor mij scheen de zon!

Dankbaar
De donderdag stond in het teken van snoeien en zagen. Zwager Mari en vriend Piet ontfermden zich, heel fijn, over de bomen die tijdens de storm van een paar weken geleden waren omgewaaid. Vorige week hadden ze al een begin gemaakt. Deze donderdag gingen ze weer fanatiek van start met als resultaat dat het pad om de vijver weer boom- en takvrij is. De stammen liggen nu als hapklare brokken klaar om dadelijk in het bosje op te stapelen. Die krijgen als eindbestemming de Jøtel, mijn grote Noorse houtkachel. Voor de hoge bergen takken komt komende week een houtversnipperaar. De snippers hiervan krijgen hun laatste rustplaats tussen de nog fier rechtopstaande bomen. Voor mij was ook deze dag weer een kleurrijke dag. Alleen hoe? Moeilijk te omschrijven. Heeft ‘Dankbaarheid’ een kleur? Ja? Nou, dan was dat dus de kleur van die dag!

Passie
Vrijdag kwamen de slapers aan voor het vakantiehuis. Heerlijke enthousiaste mensen die echt voor de natuur komen. Terwijl ik de koffie voor ze inschonk en koeken erbij aanbood, lag de plattegrond van De Maasduinen voor hen open op tafel. Ze lieten mij zien waar ze de komende dagen gaan wandelen, welke routes ze hadden uitgestippeld. Hun passie gaf mij weer energie, een hele kleurrijke, als een regenboog! 

En die energie stop ik in de laatste twee dagen van deze week, ik maak er schrijfdagen van. Dagen waarin ik me laat meeslepen in het leven van Marjanneke en Joost. Heerlijk! Want een ding is zeker, dat boek gaat er dit jaar echt komen.  

Lezen jullie mee?
Om jullie een idee te geven wat ik schrijf, en natuurlijk ook om jullie een beetje nieuwsgierig te maken naar het vervolg, geef ik jullie alvast een kleine inkijk in mijn verhaal.

Situatieschets: De grote reis van Schaijk naar Dordrecht heeft drie dagen geduurd. Eerst met paard en wagen naar Nijmegen, vanaf daar met de stoomlocomotief tot aan Gorinchem en het laatste gedeelte met de veerboot. Maar uiteindelijk zetten Marjanneke en haar kinderen Kee (9 jaar), Tinus (6 jaar) en Betje (2 jaar) voet aan wal op Groothoofd in Dordrecht. Joost, de man van Marjanneke, daar al bijna een jaar werkzaam bij de Boterfabriek Albers, wacht hen daar op.

Joost ziet ineens zijn vrouw en kinderen en loopt snel op ze af. “Ha Kee, Tinus, hé kleine meid!” Even later vallen Marjanneke en Joost elkaar in de armen. Gelijktijdig klampen zes armpjes zich vast om zijn middel en benen, lachend en huilend tegelijk. Terwijl Joost Betje optilt, slaat zij haar armpjes om zijn nek en legt ze haar wang tegen de zijne. De ogen van Joost zoeken die van Marjanneke, nog nat van de tranen stralen ze volop geluk uit.

Samen weten ze dat ze de juiste beslissing hebben genomen. Het gezin is weer compleet, het grote avontuur in Dordrecht kan beginnen!

Zo, en nu ga ik verder met schrijven, recepten van toen uitwerken. 

​Nieuwsgierig?
Willen jullie weten hoe het de familie verder vergaat? Of wanneer mijn boek uitkomt? Hou dan mijn blogs in de gaten. En mijn facebookpagina. 

Ik wens jullie een fijne kleurrijke dag!

Lieve groet, Anneliese.