Wat een kloothommel...

Maandag 02 juli 2018


Een echt dierenparadijs
Terwijl ik het gras rondom de vijver maai, kijk ik om me heen. Naar alles wat fladdert, hupt, kruipt, zwemt. Het is een flinke beestenboel daar, een waar dierenparadijs.          

Ik kijk tijdens het langs op rijden hoe het met het jacobskruiskruid gaat. Of ze al helemaal zijn opgevreten door de zebrarupsen. Nou, zo te zien scheelt het niet veel, bijna alleen maar kale takken sieren het pad. 

Pas op!
In de hoogste versnelling draai ik, zittend op de grasmaaier, met een zwier het eilandje op. Automatisch zeggen mijn hersenen ‘pas op’. Door de familie is dat mij tenslotte keer op keer ingepeperd. ‘Pas op bij de waterkant, da’s gevaarlijk!’ Ze zijn bang dat als ik te kort langs de waterkant op rij zomaar de vijver indonder, met machine en al…

Afijn, ik rij het eilandje op en trap plots hard op de rem. Ik sta stil voor een vers gegraven gat, één dag eerder zat het daar nog niet. Welk beest zou hier nu weer debet aan zijn?

Flink veel vliegverkeer
Boven het gat zie ik van alles vliegen. Het zoemgeluid komt me tegemoet. Zijn het wespen? Nee, daar zijn ze te dik voor. Het zijn hommels! En waarom zitten ze in dat gat. Wie heeft dat gemaakt? De hommels? Ik schuif de takken van de blauwe korenbloem weg om het van dichtbij eens goed te bekijken. Terwijl ik dat zo bestudeer denk ik aan Sherlock Holmes. (zie mijn vorige blog!) Die hulplijn zal ik straks maar eens inschakelen.

Een verrassend gesprek
Vervolgens komt er een leerzaam en grappig dialoog op gang.
“Mag ik je even storen. Ik heb weer eens wat ontdekt. Een hommelnest, in de grond, bij de vijver!” “Dat kan, dat komt vaker voor.”
“En het nest zit een groot uitgegraven gat. Hoe hebben ze dat gedaan?”
“Niet.”
“Wie dan?”
“Een das.”
“Wat zeg je me nou, een das? Een das hier bij mij op het terrein? Het moet niet gekker worden!” “Annelies, je moest eens weten wat er ’s nachts allemaal bij jou buiten gebeurt, haha.”
“Maar wat doet een das nou hier op het terrein?”
“Die ‘schuupen rond’, vooral ’s nachts, op zoek naar eten. Die das gebruikt zijn neus en zijn instinct. Bij zo’n hommelnest aangekomen, wroet hij dat helemaal open, genietend van het hommelbroed én de honing. De hommels over hun toeren achterlatend.”
“Oké, een das, het zal wel. Die leven toch in een burcht? Is er hier dan één in de buurt?”
“Een? Er zijn er voor zover ik weet zelfs twee, één op de Flierayseweg en één bij de visvijver.”
Joh, ik ben er stil van, ik leer weer veel van je!”

Na een korte pauze hervat ik ons gesprek.
“Het zijn trouwens kleine hommels. Ik zie ze vooral rondvliegen boven het gras waarin de bloeiende klaverplanten zitten.”
“Ja, dat zijn de harde werkers. Jammer voor ze dat er een das in buurt is…”
Hierna beëindig ik het gesprek.
“Bedankt voor alle info, enne, het ga je goed!”
“Ja, en als je weer iets tegenkomt kan je me altijd bellen. Doen hè? Groetjes.”

Wat een locatie!
Even daarna zit ik nog na te genieten van alle nieuwe informatie. Wat een mooie natuur heb ik hier toch om me heen. Ik hoef alleen maar mijn ogen en oren open te houden en genieten van wat ik zie… 

En die das? Ik vind het wel een kloothommel, jullie ook?!?!

Lieve groet,
Anneliese.