Sherlock Holmes

Zondag 01 april 2018


Leven op het platteland
Een onaangename verrassing! Voor de deur van het kippenhok ligt een vers opgeworpen hoop zwarte grond. Met moeite krijg ik de deur open. Er is duidelijk een beest aan het graven geweest. En aan de vele lege walnootdoppen te zien, heeft ie hier de hele winter al onder de grond gezeten. Na het uithalen van de kippeneitjes loop ik peinzend terug naar de boerderij. Wie zal ik bellen om dit euvel aan te pakken, want dat beest moet van mij wel verkassen… 

Ik kom er aan!
Dan denk ik ineens aan ‘Sherlock Holmes’, ja, die moet ik bellen. Hij weet veel van de natuur, van wat er onder en boven de grond leeft. Bij hem kan ik met mijn vraag terecht.
Hij heet natuurlijk geen ‘Sherlock’, maar deze (ere)titel heeft hij 20 jaar geleden al van ons gekregen. Speurend over het terrein boeit hij je met zijn vertelling over wat hij ziet; wat er groeit en leeft. Of juist niet.
Het mooiste moment was toen hij, wijzend naar een gat in de grond, zei: “Kijk, daarin ligt een dode rat.”
Wij zagen echter helemaal niks, alleen dat gat.
“Hoe weet je dat nou?” vroeg Theo.
“Er vloog net een vlieg uit dat gat weg”, was zijn antwoord.
Hoe simpel kan het zijn. Vanaf dat moment kreeg hij van ons de bijnaam ‘Sherlock Holmes’.
Een paar uur nadat ik hem gebeld heb staat hij voor de deur.

Rondstruinen
Na de ongewenste gast met enkele handelingen ‘aangepakt’ te hebben, lopen we samen nog even op het terrein rond.
“Ik zie dat je ganzen in de vijver hebt zitten?”
“Die komen ’s morgens en gaan ’s avonds weer weg. Ik denk naar de visvijver waar de hele kolonie ganzen zit.”
“Ah, ze zijn dus een nest aan het maken.”
Daar had ik helemaal niet aan gedacht. Ik zag wel regelmatig een van hen het riet in zwemmen maar stond er verder niet bij stil.
“Kom, dan gaan we dat uitzoeken.”
Al wandelend langs de rand van de vijver ontdekken we het nest. Grappig, daar ben ik dus al diverse keren zomaar aan voorbij gegaan. 

Broedende ganzen?
“Als ze dadelijk een stuk of tien eieren hebben gelegd, gaan ze broeden. Tot dan dekken ze elke avond het nest toe om er de volgende dag weer een ei bij te leggen.”
Ik leer weer wat bij.
“Eens kijken hoeveel ze tot nu toe gelegd hebben.”
Tot nu toe één ei. Het begin is er.

We lopen door en zien een stuk verder aan de waterkant het hol van een konijn. Ondanks de overlast dat de konijnen mij elk jaar bezorgen (denk aan de moestuin, plantjes in de borders) vind ik dit toch een goed teken. Vorig jaar heeft namelijk de ziekte myxomatose, onder de konijnen op mijn terrein, een waar slagveld aangericht. Om dan dit jaar weer gezonde konijnen rond te zien huppelen is toch mooi! Maar mijn positieve blik wordt door ‘Sherlock’ meteen de kop ingedrukt.

“Zie je de konijnenkeutels? Ja? En zie je ook die langwerpige uitwerpselen ernaast, daar zitten konijnenharen in. Ze zijn afkomstig van een hermelijn. En die heeft de konijnen opgevreten.”

Een hermelijn!
In de bijna 21 jaar dat ik hier nu woon, heb ik slechts drie keer een glimp van de hermelijn mogen opvangen. Mooi dat ze zijn! En nu heb ik zijn visitekaartje dat ie heeft achtergelaten, mogen aanschouwen. Dat is helaas ook de andere kant van de natuur. 

Rans- en Steenuil
Omdat ik vorige week dacht een ransuil gehoord te hebben, zijn we samen nog op zoek gegaan naar braakballen. Het enige wat we echter vonden was vogelpoep. Morgen ga ik nogmaals in de hedera, de bodembedekker onder de grote conifeer waar de uil waarschijnlijk in heeft gezeten, verder zoeken. Wie weet.

In de steenuilenkast is het op dit moment stil. Hopelijk zit het vrouwtje op eieren. Maar de kans is ook groot dat de spreeuwen, die ik vorige week in de boom zag zitten, de kast hebben overgenomen. Ik wacht af…

Afijn, als alles is nagelopen zit het er voor ‘Sherlock’ weer op. Ik weet voor nu genoeg. Mocht ik weer iets verdachts zien of horen, dan mag ik hem altijd bellen. Fijn!

De eerste lentebrengers
Het was lekker om even buiten rond te struinen, weer oog te hebben voor wat er om je heen gebeurt.

Het voelt ook alsof de winter nu echt vertrokken is, maar in deze maanden weet je dat nooit. Om te weten of de lente eraan komt, let ik altijd op diens eerste tekenen, want één ding is zeker, de natuur gaat door. Elke keer verrast die me, zo ook nu. Terwijl ik ‘Sherlock’ uitzwaai valt mijn oog op de vele bloemetjes van de gele kornoelje. Maar dan… Ik loop meteen door naar de binnentuin, naar de mirabel. Yes! Ook hier zijn ineens alle knoppen open. Welkom lente, welkom nieuw tuinjaar.

Tevreden loop ik weer naar binnen en bedenk me hoe mooi het leven hier is. 

Hier op het platteland gebeurt altijd wat, je moet het alleen wel willen zien.
En soms zoeken.
Ik kan je garanderen, dat is het interessantst met ‘Sherlock Holmes’! 

Lieve groet,
Anneliese